Lood wordt al sinds mensenheugenis gebruikt in de sportvisserij. De bekende kleine, gekerfde balletjes dienen om de lijn te verzwaren, grotere gewichten tot wel 500 gram per stuk worden gebruikt in combinatie met werphengels.  

Vissers zijn er niet op uit, maar er treden in het gebruik van lood aanzienlijke verliezen op, vaak doordat de vislijn breekt. Die verliezen verschillen sterk per soort visserij, waarbij het vissen op wrakken op zee, en het gebruiken van de loodclip de grootste zijn. Het lood blijft achter in het water, waar het corrodeert tot giftige en sterk vervuilende loodverbindingen, die dan vrij komen in het eco-systeem.

De meest accurate schattingen zijn dat om een jaarlijks verlies op het zoete water gaat van 250.000 kilo, en op het zoute water om 450.000 kilo.  Lood verloren door sportvissers is veruit de grootste bron van loodemissie naar ons water.  Zo bouwt zich onder water een steeds groter wordend loodprobleem op. Het is regeringsbeleid de loodemissie terug te dringen. 

Behalve giftigheid voor het eco-systeem vormt de giftigheid van lood een risico voor de werknemers in de sportvisserij sector. Het gieten van lood en het regelmatig met de blote handen aanraken, bijvoorbeeld in winkels, is risicovol, met name voor jonge kinderen en zwangeren. 

U kunt meer informatie vinden in veiligheidsinformatiebladen over lood, zoals bijvoorbeeld hier.

deze site is ontwikkeld door Mighty Webdesign